God is bereid zonden te vergeven.


Iedereen zondigt en heeft vergeving nodig.

Een zonde is een overtreding van Gods wet.1 In de wereldbeschouwing van de bijbel begaan alle mensen zonden. Toch biedt God vergeving aan allen die zich bekeren en Zijn genade aanvaarden. “Er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed” (Romeinen 3: 22b t/m 25).


Atheïsten ontkennen dat zonde bestaat.

Weg met God en er is geen wet van God om te schenden! Atheïsme kan een poging zijn om Gods oordeel te ontvluchten.

Toen ik in 1966 met de trein vanuit Berlijn naar Utrecht reisde, sprak ik met een jonge vrouw die zei dat zij veel gelukkiger was sinds zij atheïste werd omdat zij zich niet langer schuldig hoefde te voelen! Verschillende jongeren die ik ken, die door gelovige ouders zijn grootgebracht, omarmden het atheïsme toen zij een immorele levensstijl aannamen.

Misschien is het niet zozeer dat atheïsten immoreel zijn als dat immorele mensen God verwerpen!

In Psalm 36:2 wordt de overtreding van de goddelozen aldus verklaard: “De zonde spreekt tot de goddeloze diep in zijn hart - geen vrees voor God staat hem voor ogen.”

Per definitie kan een atheïst geen godvrezende mens zijn. Een godvrezende mens is iemand die, vanwege zijn respect voor Gods oordeel, ernaar streeft God te behagen.

Een atheïst kan moreel zijn, als hij zijn leven inricht volgens het besef van goed en kwaad dat God in zijn hart heeft gelegd.2 En velen die in God geloven, zijn immoreel doordat zij niet in overeenstemming met hun geloof leven!

In de wereldbeschouwing van de bijbel is het niet voldoende om alleen in God te “geloven”. Men moet volgens dat geloof leven: “De rechtvaardige zal door zijn geloof leven” (Habakuk 2:4).3

In Romeinen beklemtoont Paulus dat iedereen zondigt,4 dat iedereen de wet van God overtreedt. “Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet” (1 Johannes 1:8).

Jezus zegt dat iedereen zich moet bekeren (Lucas 13:5). Een atheïst moet zich bekeren om tot geloof te komen! Een gelovige moet zich van zijn zonden bekeren om volgens zijn geloof te leven! Zowel atheïsten als gelovigen moeten zich bekeren en de verlossing aanvaarden die God hen aanbiedt door het offer van zijn Zoon. “Bekeert u en gelooft het evangelie!” (Marcus 1:15).


De zondigheid van de mens wordt ontmaskerd.

Van Genesis tot Openbaring wordt de zondigheid van de mens veroordeeld. De Heilige Geest overtuigt de wereld van zonde (Johannes 16: 8). Gods Woord is als een spiegel (Jakobus 1:23) die onze zonden in al hun lelijkheid aan ons toont.

Hoe is de zonde de wereld binnengekomen? Wat zijn de gevolgen van de zonde? Bij wie ligt de schuld voor de zonde? Wat is de oplossing voor de zonde? Deze vragen worden in de Schrift beantwoord.


Hoe is de zonde de wereld binnengekomen?

In het begin was er geen zonde op aarde. “En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed” (Genesis 1:31). De zonde is door Adam de wereld binnengekomen: “Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben” (Romeinen 5:12).

Wij leren veel uit deze eerste zonde. Eva wist precies wat God had gezegd: “Maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven” (Genesis 3:3). Dit verklaarde zij aan de slang.

Maar hij heeft God tegengesproken: “Gij zult geenszins sterven” (Genesis 3:4) en hij trok zelfs Gods motieven in twijfel. Volgens hem wou God de mensen gewoon onkundig laten.

Wie is deze slang? “En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt” (Openbaring 12:9). Door leugens moedigt satan de mensen aan om te zondigen. Merk op dat Eva niet gedwongen werd God ongehoorzaam te zijn. De satan opperde maar, dat het in haar voordeel zou zijn.

Wij merken ook op dat God de satan toelaat de mensen te verleiden. Het geloof van de mens en zijn liefde voor God worden op de proef gesteld.

Eva had toch een keuze. Wie zal zij geloven, God of een slang? Zij laat zich bedriegen en wordt God ongehoorzaam. De slang heeft Eva door sluwheid verleid (2 Korintiërs 11:3).

Een gedachtegang was erbij betrokken. “En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at” (Genesis 3:6).

Jakobus beschrijft dit proces: “Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort” (Jakobus 1:13 t/m 15). De leugens van de satan hebben opstandige verlangens in het hart van Eva opgewekt.

Wat is de oorsprong van deze slang? “De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de HERE God gemaakt had” (Genesis 3:1). Al wat God gemaakt had, was goed (Genesis 1:31), dus de slangen ook. Slangen die wij kennen, spreken niet, en nergens in de bijbel lezen wij nogmaals over een slang die spreekt, maar wij lezen wel over de duivel die spreekt. Satan sprak dus tot Eva als een slang. Hij komt meestal in vermomming naar ons toe. “De satan zelf doet zich voor als een engel des lichts” (2 Korintiërs 11:14).

“De duivel zondigt van den beginne” (1 Johannes 3:8). “Hij is een leugenaar en de vader der leugen” (Johannes 8:44). Hij is de verzoeker (Matteüs 4:3; 1 Tessalonicenzen 3:5), de tegenstander (1 Petrus 4:8) en de aanklager van de gelovigen (Openbaring 12:10). De Aartsengel Michaël en zijn engelen voeren oorlog tegen de duivel en zijn engelen (Openbaring 12:7 t/m 9). De satan is een engel die gezondigd heeft (2 Petrus 2:4). Dus, zoals de mens, werd de satan goed geschapen. Evenals de mens kreeg hij keuzevrijheid die hij misbruikte om in opstand tegen God te komen. Engelen en mensen hebben gezondigd.


Wat zijn de gevolgen van de zonde?

Nadat Adam en Eva hadden gezondigd, waren zij bang en zij probeerden zich voor God te verstoppen (Genesis 3:8 t/m 10). De zonde bracht vervreemding tussen hen en God.

“Toen zond de HERE God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was” (Genesis 3:23). Na een leven van pijn en zwoegen, zou hij sterven, terug naar de aardbodem gaan waaruit hij werd genomen (Genesis 3:17 t/m 19).

Engelen die gezondigd hebben, heeft God “aan krochten der duisternis overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren” (2 Petrus 2:4 // Judas 6). In het oordeel worden de duivel en zijn metgezellen “geworpen in de poel van vuur en zwavel” en “zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden” (Openbaring 20:10).

In het oordeel worden zondige mensen (tenzij hun namen in het boek des levens staan) “geworpen in de poel des vuurs” (Openbaring 20:15), “en dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf,” “naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is” (Matteüs 25:46, 41).


Bij wie ligt de schuld voor de zonde?

Zondaars proberen vaak de verantwoordelijkheid voor hun zonden te ontlopen.

Sommigen geven God de schuld door te zeggen: “God had mij niet in staat mogen stellen om te zondigen!”

Hoewel God de mens in staat stelde om te zondigen, voorzag Hij ook in een oplossing voor de zonde! God gaf de mens een onafhankelijke geest. Hij kan beslissen God lief te hebben of te verwerpen, en voor zijn keuze is hij verantwoordelijk. God geeft de mens zelfs een tweede kans door een oplossing voor de zonde aan te bieden. Iemand die tegen God gezondigd heeft en ook nog weigert Gods vergeving te aanvaarden, kan de schuld voor zijn zonden niet aan God geven!

Toen God Adam vroeg, “Hebt gij van de boom gegeten, waarvan Ik u verboden had te eten?” antwoordde hij, “De vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en toen heb ik gegeten” (Genesis 3:11, 12). Adam probeerde minstens een deel van de schuld voor zijn zonde naar zijn vrouw en misschien zelfs naar God door te schuiven. Dat God hem een vrouw had gegeven en dat die vrouw hem de vrucht had gegeven, verminderde zijn verantwoordelijkheid niet voor zijn eigen ongehoorzaamheid. God zei aan Adam, “Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft” (Genesis 3:17).

Iedere mens moet voor zijn eigen zonde aan God verantwoording afleggen, al werd hij door iemand anders verleid. Onze eigen zonde is onze eigen schuld! Wij kunnen God, of iemand die ons heeft verleid, de schuld daarvoor niet geven.

Toen God Eva vroeg, “Wat hebt gij daar gedaan?” antwoordde zij, “De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten” (Genesis 3:13). Hoe verstandig is dat? “Heer, ik heb een slang gelooft in plaats van U.” Toch, hoe onverstandig het moge zijn, dit is wat de mensen vanaf die tijd steeds hebben gedaan: de leugens van de slang geloven i.p.v. het woord van God. En omdat de mensen hun vertrouwen in de slang stellen, wordt de satan “de god van deze wereld” genoemd (2 Korintiërs 4:4) en “de verleider van de gehele wereld” (Openbaring 12:9).

Hieruit leren wij dat wij aan God voor onze eigen zonden rekenschap moeten afleggen, al werden wij door de satan verleid en bedrogen. Aan satan kunnen wij de schuld voor onze zonden niet geven. Onze eigen zonde is onze eigen schuld! Wij zijn verantwoordelijk voor wat wij doen.


Bij wie lag de schuld voor de zonde van Kaïn?

Wij leren ook veel over de zonde uit deze droevige gebeurtenis.

Sommigen proberen Adam de schuld voor hun zonde te geven. Waarom heeft Kaïn Abel gedood? Deed hij dit wegens de zonde van Adam of wegens zijn eigen zonde? Indien dit wegens de zonde van Adam was, waarom werd Kaïn niet door Abel gedood? Of waarom hebben zij elkaar niet vermoord? Zij waren allebei zonen van Adam.

Kan zonde geërfd worden? Of is zonde iets dat men doet?

Johannes zegt ons waarom Kaïn Abel heeft vermoord. Wij mogen niet gelijk Kaïn zijn: “Hij was uit de boze en vermoordde zijn broeder. En waarom vermoordde hij hem? Omdat zijn werken boos waren en die van zijn broeder rechtvaardig” (1 Johannes 3:12). “Door het geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kaïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven” (Hebreeën 11:4). Judas schreef over bepaalde boosdoeners: “Wee hun, want zij zijn de weg van Kaïn opgegaan” (Judas 11).

De daden van Abel waren rechtvaardig. Hij was een man van geloof. Hij was een profeet van God (Lucas 11:50, 51). “En de HERE sloeg acht op Abel en zijn offer” (Genesis 4:4). Merk op dat God acht sloeg, niet alleen op het offer van Abel, maar ook op Abel zelf.

Wat was “de weg van Kaïn”? “Hij was uit de boze,” zijn werken waren boos. Op zowel Kaïn als zijn offer sloeg God geen acht (Genesis 4:5).

Waarom het verschil? Zij waren allebei zonen van Adam.

De eerste keer dat het woord “zonde” in de bijbel voorkomt, is bij Gods waarschuwing aan Kaïn: “Waarom zijt gij toornig en waarom is uw gelaat betrokken? Moogt gij het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen” (Genesis 4:6, 7). Hoewel God Kaïn had afgewezen, kon hij toch aanvaard worden indien hij zich bekeerde en deed wat goed is!

Deze teksten bewijzen dat de calvinistische leer van de onvoorwaardelijke uitverkiezing niet waar is. Anders had deze waarschuwing geen enkele zin. Kaïn kon beslissen wel te doen. Hij werd bevolen over de zonde te heersen maar hij luisterde niet naar God.

Onze eigen zonden zijn onze eigen schuld. Wij kunnen Adam de schuld voor onze zonden niet geven.

“Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben” (Romeinen 5:12). In deze tekst staat er niet dat de zonde tot alle mensen is doorgegaan omdat Adam zondigde. Er staat dat de dood tot alle mensen is doorgegaan omdat allen gezondigd hebben.

De mensen zijn voor hun eigen zonden verantwoording aan God verschuldigd, niet voor de zonden van hun ouders: “Zie, alle zielen zijn van Mij, zowel de ziel van de vader als die van de zoon zijn van Mij; de ziel die zondigt, die zal sterven” (Ezechiël 18:4). “De ziel die zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf” (Ezechiël 18:20). “Ieder zal om zijn eigen ongerechtigheid sterven” (Jeremia 31:30).

“Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad” (2 Korintiërs 5:10). In het laatste boek van de bijbel zegt Jezus, “Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is” (Openbaring 22:12).

Wij zijn voor onze eigen zonde verantwoordelijk, en wij mogen niet trachten de schuld daarvoor door te schuiven naar verleiders, naar de satan, naar Adam of naar God.


Wat is Gods oplossing voor de zonde?

Hoewel we gezondigd hebben, is er hoop als wij berouw hebben en ons bekeren. God verzekert ons: “Zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here HERE, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen. Want waarom zoudt gij sterven?” (Ezechiël 33:11).

“Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen” (Titus 2:11). Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaren te behouden (1 Timotheüs 1:15). Zijn plaatsvervangende offer aan het kruis voor onze zonden is de oplossing die God heeft geboden aan degenen die in Hem geloven.

Nadat hij aan het kruis is gestorven om de straf voor onze zonden te dragen, stond Hij op uit het graf, zegevierend over de dood. Toen beval Hij zijn volgelingen: “Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden” (Marcus 16:15, 16).


Wat hebben wij geleerd?
- Iedereen zondigt en heeft vergeving nodig.
- God is bereid wie zich bekeert te vergeven.
- Atheïsten zondigen of zij het geloven of niet.
- De Bijbel legt de zondigheid van de mens bloot.
- De zonde scheidt de mens van God.
- Iedereen is verantwoordelijk voor eigen zonden.
- Het offer van Christus is Gods oplossing voor de zonde.


Wat wil God dat we doen?

Het antwoord dat Petrus aan radeloze zondaars gaf, is nog van kracht: “Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave van de heilige Geest ontvangen” (Handelingen 2:38, 39).

“Laat u redden uit dit verkeerd geslacht” (Handelingen 2:40).
God is bereid uw zonden te vergeven!

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de NBG-1951 Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap.

Eindnota’s

1 Een zonde schendt de wil van God. Een misdaad is een ernstige overtreding van de overheidswet met een zware straf. Een misdrijf is een kleine overtreding van de overheidswet met een kleine straf. Wangedrag is gedrag dat niet voldoet aan de normen van de samenleving. Onjuistheid is een gebrek aan overeenstemming met sociale verwachtingen. Veel misdaden en misdrijven zijn ook zonden tegen God.
2 Zie Romeinen 2:14.
3 Zie ook Romeinen 1:17; Galaten 3:11; Hebreeën 10:38.
4 Lees Romeinen, hoofdstuk drie.