Wat is geloof?

Geloof is een manier om dingen te weten. Wij krijgen weinig van onze kennis uit de eerste hand. De meeste dingen die wij weten, weten wij door bewijsmateriaal en getuigenis. Geloof is het aanvaarden van bewijsmateriaal of getuigenis nadat wij van de betrouwbaarheid daarvan overtuigd zijn. Door betrouwbaar getuigenis aan te nemen, kunnen wij dingen weten die wij niet persoonlijk hebben meegemaakt.

Hoe weet u bijvoorbeeld dat Socrates een Griekse filosoof was? Dit weet u door geloof. U gelooft wat Plato en anderen over hem hebben geschreven, hoewel Socrates zelf geen geschriften heeft achtergelaten. Wat u over Socrates weet, berust op geloof in getuigenis.

De bijbel beschrijft geloof als volgt: “Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet” (Hebreeën 11:1). Door geloof is men dus op basis van bewijsmateriaal overtuigd dat iets waar is, al heeft men het niet zelf gezien.

Hebt u iemand horen zeggen, “Dat geloof ik alleen als ik het zie”? Dit is niet redelijk, want geloof is niet vereist voor wat men ziet!

Maar geloof is wel vereist voor de meeste dingen die wij weten! Voor alles eigenlijk dat wij niet zelf hebben meegemaakt! Geloof is dus een geldige manier om dingen te weten.

Als u de woorden zag, “God is goed!” gevormd met zeeschelpen op het strand, wat zou u concluderen? Kan iemand u wijsmaken dat de golven per ongeluk de schelpen in zo'n vorm hebben gewassen? Neen, u zou weten dat er iemand was geweest die de woorden in het zand had gevormd.

Geloof in God berust ook op bewijs en getuigenis. “De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen” (Psalm 19:1). Een creatie bewijst het bestaan van zijn schepper. Niemand zou u kunnen wijsmaken dat een prachtig schilderij zonder schilder was ontstaan!

Wanneer wij de ingewikkelde levende systemen op aarde gadeslaan, komen wij tot de redelijke gevolgtrekking dat Iemand deze dingen heeft gemaakt: “Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben” (Romeinen 1:20).

Johannes zegt dat het christelijk geloof op getuigenis berust: “Indien wij het getuigenis der mensen aannemen, het getuigenis van God is meerder, want dit is het getuigenis van God, dat Hij van zijn Zoon getuigd heeft. Wie in de Zoon van God gelooft, heeft het getuigenis in zich; wie God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft in het getuigenis, dat God getuigd heeft van zijn Zoon” (1 Johannes 5:9, 10).

Wij aanvaarden vele dingen op basis van geloof in het getuigenis van mensen. Gods getuigenis is groter. Er is dus geen excuus om de waarheden waarvan Hij getuigt niet te aanvaarden. Als wij Gods getuigenis verwerpen, houden wij Hem voor een leugenaar.

Bewijs voor God als Schepper vindt men in de ingewikkelde en wonderbaarlijke dingen die Hij heeft gemaakt. Een geschreven getuigenis vindt men in het bijbelse verslag van hoe Hij met de mensen is omgegaan.

Kennis dus dat God bestaat vanwege het bewijs in de natuur en kennis over God uit de Heilige Schrift, berust op geloof in bewijs en getuigenis zoals de meeste kennis die wij bezitten.

Sommigen zeggen: “Je weet niet dat God bestaat, dat geloof je maar.” Zij vergissen zich. Ik weet dat God bestaat! Mijn kennis is weliswaar op geloof gebaseerd. Maar het getuigenis is betrouwbaar en het bewijs is afdoende.

Weet u dat Napoleon te Waterloo werd verslagen? Ja, dat weet u, maar niet doordat u aan de veldslag hebt deelgenomen, maar door geloof in geschreven getuigenis.

Op dezelfde wijze weten wij dat Jezus uit de dood is opgestaan. In 1 Korintiërs 15:3 t/m 8 geeft Paulus een lijst van mensen die Jezus na Zijn opstanding hebben gezien. Hij zegt: “Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen” (1 Korintiërs 15:6). Christelijk geloof berust op het getuigenis van ooggetuigen. Hun getuigenis werd in het Nieuwe Testament teboekgesteld.

Johannes getuigt: “Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze (eigen) ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens - het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is - hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben” (1 Johannes 1:1 t/m 3).

Petrus getuigt: “Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Here Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van zijn majesteit” (2 Petrus 1:16).

Ons geloof in Jezus berust op het getuigenis van mensen die Hem kenden, die Zijn onderricht hoorden, en die Hem hebben gezien nadat Hij uit de dood is opgestaan.

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de NBG-1951 Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap.